Michael Jackson bracht Invincible in 2001 uit en dit album werd geproduceerd als zijn tiende en laatste studioalbum voor zijn overlijden. Het werk valt op door zijn rijke en zorgvuldig opgebouwde productie, waarbij Jackson samenwerkte met een brede selectie van bekende producers, muzikanten en gastartiesten. Invincible combineert verschillende genres, met een sterke nadruk op hedendaags R&B, soul en pop, maar schemert door de opname van moderne muzikaliteit duidelijk door als Jackson’s wens om zijn geluid te verfijnen en te vernieuwen. De plaat is opgenomen als dubbel-LP, wat past bij het ambitieuze karakter van het project en de vele invloeden die elkaar in het werk vinden. De thema’s zijn divers en variëren van liefde en relaties tot sociale kritiek, eenzaamheid en het harde oordeel van de media, waarbij Jackson zijn publiek niet enkel als entertainer maar ook als verteller van persoonlijke verhalen benadert. Ondanks de hoge productiekosten en het langdurige maakproces, kreeg Invincible wisselende reacties van de kritiek, maar groeide het album later in reputatie door zijn vooruitstrevende productie en muzikale durf. Opvallend is het gebrek aan tournee ter promotie van de plaat, wat mede te wijten was aan groeiende spanningen tussen Jackson en zijn platenmaatschappij. Wereldwijd bereikte Invincible grote verkoopcijfers en vond het zijn plek in verschillende hitlijsten, mede dankzij de herkenbare sound van Jackson die tegelijkertijd resoluut het klassieke verlaten. Invincible staat als dubbel-LP symbool voor een artiest die op het hoogtepunt van zijn roem blijft evolueren en experimenteren, en vormt zo een uniek hoofdstuk in zijn oeuvre.