Hejira is het achtste studioalbum van Joni Mitchell, uitgebracht als LP in de tweede helft van de jaren zeventig. Het album is vooral bekend binnen het genre jazz- en folkrock, waarbij de jazzinvloeden duidelijk sterker aanwezig zijn dan in haar voorgaande werk. Mitchell werkte op deze plaat samen met een aantal jazzgerichte muzikanten, onder wie de geprezen bassist Jaco Pastorius, gitarist Larry Carlton en drummer John Guerin. Hejira markeert een verschuiving in haar muzikale stijl, waarin traditionele ritmische patronen worden losgelaten ten gunste van meer geavanceerde en vrij vloeiende structuren. De arrangementen zijn spaarzaam, maar gevarieerd en kenmerkend door het veelvuldig gebruik van elektrisch gitaarspel en fretloze baspartijen.Het album ontstond tijdens een periode van frequente reizen, wat zowel in het geluid als in de teksten hoorbaar is. Mitchell's persoonlijke verhalen over onderweg zijn, reflectie en innerlijke omwenteling worden vertaald naar langgerekte, lyrisch rijke nummers die de sfeer van een roadtrip overbrengen. Hejira wordt vaak omschreven als een conceptalbum waarin thema’s als eenzaamheid, verlangen en het verlaten van relaties zonder schuldgevoel centraal staan. Mitchell zelf noemde de titel een verwijzing naar 'het eerbaar weglopen' en deze houding klinkt door in de muziek, die weinig traditionele songstructuren bevat en vaak het gevoel van voortbeweging en introspectie oproept.De atmosfeer van Hejira is uniek: melancholisch, poëtisch en omgeven door een introspectieve, enigszins weemoedige gelaagdheid. Muzikaal werkt de plaat vooral met minimalistische percussie en een open, heldere aanpak, waardoor Mitchells zang en gitaarspel sterk op de voorgrond treden. Haar stem klinkt meditatief en vrij, waarbij ze eerder improviseert dan klassieke melodieën volgt. Dit zorgt voor een samenspel tussen stem en instrumenten dat zowel jazzy als converserend aandoet.Op Hejira zijn diverse nummers te vinden die het karakter van het album benadrukken. 'Coyote' opent de LP met een energiek, snel gitaarritme en is exemplarisch voor de combinatie van folk en jazz. 'Amelia' wordt gekenmerkt door een pointillistische, haast kaleidoscopische begeleiding en een verhalende tekst, waarin Mitchell haar reislust en persoonlijke reflecties verwerkt. Het titelnummer 'Hejira' zelf valt op door de samensmelting van Mitchells elektrische gitaarspel met Pastorius’ melodische baspartijen, waardoor het dromerige karakter van het album tot uiting komt. Ook 'Refuge of the Roads' en 'Song for Sharon' zijn opvallende tracks, waar zowel Mitchells poëtische talent als het subtiele, expressieve spel van de begeleidende muzikanten tot hun recht komen.Hejira werd in Mitchells eigen land en internationaal goed ontvangen door critici en heeft sindsdien een vaste plek verworven binnen haar oeuvre. Het album is een diepgaande verkenning van individuele vrijheid, verlies, introspectie en de zoektocht naar betekenis tijdens het reizen. Het wordt algemeen gezien als één van de hoogtepunten uit haar carrière en een referentiepunt voor de artistieke ontwikkeling binnen de jazz- en folkrock in de jaren zeventig.