Het album Solos van Bryce Dessner is een tweedelige LP die zich volledig richt op hedendaagse klassieke muziek en bundelt twaalf stukken voor solo-instrumenten. De composities zijn allemaal ontdaan van begeleiding, waardoor het fysieke karakter en de persoonlijkheid van elk instrument centraal staan. Solos is Dessners debuut op Sony Classical en weerspiegelt zijn duale achtergrond: hij is zowel componist van hedendaags klassiek als gevierd maker van filmmuziek. De werken zijn verdeeld over solo’s voor onder meer piano, cello, viool, harp, altviool, percussie en gitaar, uitgevoerd door gerenommeerde musici zoals Katia Labèque, Anastasia Kobekina, Pekka Kuusisto, Lavinia Meijer, Nadia Sirota, Colin Currie en Dessner zelf.In zijn benadering van het solo-genre haalt Dessner inspiratie uit klassiekers als de Bach-suite en de Renaissance-luitmuziek, maar ook uit minimalisten zoals Reich en Arvo Pärt. Tegelijkertijd klinkt er iets cinematografisch doorheen zijn werk, mede dankzij zijn ervaring met filmmuziek en pop. Elk stuk op dit album is geschreven voor een specifieke muzikant, waardoor de muziek een intiem dagboekkarakter krijgt. Dessner beschouwt deze werken als poëtisch vormgegeven stukken waarin zowel zijn relatie met het instrument als met de uitvoerende centraal staan; de muzikale taal dicteert de vorm en het verloop.Het album opent met het meditatieve Lullaby for Jacques et Brune, een pianostuk uitgevoerd door Katia Labèque. Het werk heeft een lyrische, bijna wiegende melodie en is sterk beïnvloed door de Franse componist Satie, met zachte harmonieën en een losse benadering van het ritme. Een ander opvallend werk is Song for Ainola voor viool, waarin invloeden van Bach doorschemeren en die een verbinding legt met improvisatie. Tot slot valt Delphica op, een stuk voor gitaar waarin Dessner een oosterse klankwereld oproept en de fysieke relatie tussen muzikant en instrument centraal stelt.Solos is geen virtuoze etalage, maar een collectie van persoonlijke miniaturen die de kracht van de samenwerking en de vriendschappen tussen Dessner en zijn musici vieren. Het album werd uitgebracht in 2024 en onderscheidt zich door zijn afwisseling in sfeer, van introspectief en delicaat tot speels en improvisatorisch, waarbij Dessner’s handschrift altijd hoorbaar blijft. De muziek is rijk aan kleur, modern van karakter en zet aan tot reflectie op de betekenis van het solo-spel in de hedendaagse klassieke muziek.