Mac Miller’s vierde studioalbum, The Divine Feminine, verscheen in 2016 en werd zowel door critici als door fans positief ontvangen. Het album markeert een opvallende stijlbreuk ten opzichte van zijn eerdere, meer hip-hop gerichte werk, door te kiezen voor een hybride klank waarin soul, jazz, funk en R&B centraal staan. Live-instrumentatie, gedetailleerde productie en dromerige, organische geluidslagen kenmerken dit project en geven het een warme, intieme uitstraling. The Divine Feminine is een ode aan liefde in de breedste zin van het woord. Mac Miller onderzoekt niet alleen romantische aantrekking, maar ook de invloed van vrouwen op zijn leven en ontwikkeling. De teksten en sfeer zijn daardoor kwetsbaarder en reflectiever dan voorheen, met een focus op emotionele groei en menselijke connectie. Het album voelt als een persoonlijke zoektocht naar betekenis en intimiteit, verpakt in een klank die dicht bij de beleving van de luisteraar komt. De productie is rijk aan subtiele lagen, met gedurfde samples en complexe ritmes. Gastoptredens van gerenommeerde artiesten dragen bij aan de veelzijdigheid van het album, zonder te overheersen. Door de combinatie van Mac Miller’s groeiende zangstijl en zijn knappe vertelvaardigheid, ontstaat er een reis die zowel vrolijk als melancholisch aandoet, soms zelfs tegelijkertijd. Het resultaat is een van zijn meest samenhangende en volwassen werken, dat ondanks zijn afwijking van het traditionele hip-hopgeluid een breed publiek wist te bereiken en in de loop der jaren alleen maar aan relevantie heeft gewonnen. The Divine Feminine bewijst dat Mac Miller niet bang was om grenzen te verleggen, zowel muzikaal als emotioneel.